Het jaar begon onrustig. Eind februari braken de vijandelijkheden in Iran uit, de olieprijs schoot omhoog en in maart zakten de aandelenmarkten weg. Wie op dat moment op de knop drukte, heeft zichzelf een goed halfjaar door de neus geboord. Want in juni stonden de wereldwijde aandelenmarkten alweer dicht bij hun hoogste niveau ooit.

Dat patroon is bekender dan het voelt. En het verklaart voor een groot deel waarom de portefeuilles van onze cliënten over de eerste zes maanden van 2026 boven het gemiddelde van de Nederlandse markt uitkwamen.

10,8%
EBI 60 (Neutraal), eerste halfjaar 2026
7,0%
VBR-index Neutraal, zelfde periode
3,8%-pt
Verschil met het marktgemiddelde
70+
Vermogensbeheerders in de VBR-index

Markten herstellen sneller dan het nieuws suggereert

Dat de markten na maart weer omhoog gingen, is historisch gezien geen uitzondering. Dimensional bracht 21 grote geopolitieke gebeurtenissen over een periode van 36 jaar in kaart. Het patroon is steeds hetzelfde: de eerste dagen zijn licht negatief, daarna draaien de rendementen weer positief. Koersen verwerken slecht nieuws vrijwel onmiddellijk, meestal al bij de opening van de handelsdag.

Dat is precies waarom uitstappen bij onrust zo zelden werkt. Tegen de tijd dat een gebeurtenis groot genoeg voelt om op te reageren, staat ze al in de koers.

Wat dat in euro's opleverde

Voor een belegger in euro's was het eerste halfjaar royaal. Wereldwijde aandelen kwamen via de MSCI All Country World Index uit op ongeveer 14%. Ontwikkelde markten buiten de Verenigde Staten deden zo'n 12%. Opkomende markten waren met ruim 27% veruit de sterkste categorie.

De S&P 500 steeg in dollars ongeveer 10%, maar de dollar trok in dezelfde periode zo'n 3% aan. Vanuit euro's gerekend kwam daar dus meer dan 13% uit. Technologie was opnieuw de motor, gedreven door de uitgaven aan kunstmatige intelligentie, en in juni volgde de grootste beursgang uit de geschiedenis.

De rente bleef staan, de inflatie niet

De Amerikaanse Fed hield in juni onder de nieuwe voorzitter Kevin Warsh de rente ongewijzigd op 3,5% tot 3,75%. De algemene inflatie liep intussen op naar het hoogste niveau sinds 2023; de kerninflatie bleef met 2,9% relatief stabiel.

Opvallend is hoe snel de verwachtingen kantelden. Eind februari rekende de markt nog vrijwel zeker op een renteverlaging voor het einde van het jaar. Inmiddels wijzen de pijlen eerder richting een verhoging. De rente op de tienjaars Amerikaanse staatsobligatie liep op van 4,18% naar 4,44%. De brede, naar euro's afgedekte obligatiemarkt kwam over het halfjaar uit op ongeveer 0,3%.

Small caps en waarde kwamen terug

Na een mager 2025 lieten kleinere bedrijven en aandelen met een relatief lage koers een duidelijke ommekeer zien. Wereldwijd stegen small caps met ruim 19% tegenover ruim 14% voor de grote bedrijven. Buiten de Verenigde Staten deden waarde-aandelen het met bijna 14% beter dan groeiaandelen met ruim 10%.

Dat zijn precies de factoren waar onze portefeuilles structureel extra op leunen. Niet omdat we hadden voorspeld dat het dit halfjaar zou gebeuren, want dat kan niemand, maar omdat we die blootstelling consequent aanhouden, ook in de jaren dat ze niets oplevert.

En goud dan?

Goud deed niet waar veel beleggers op rekenden. Sinds het uitbreken van het conflict eind februari daalde de goudprijs in dollars met meer dan 20%, waarmee de winst van het begin van het jaar verdween. De S&P 500 steeg in diezelfde periode bijna 10%.

Een aandeel geeft je iets terug voor het risico dat je loopt: een positief verwacht rendement. Bij een edelmetaal dat niets produceert, is dat verwachte rendement veel lastiger te onderbouwen. Goud kent bovendien meer negatieve jaren dan de Amerikaanse aandelenmarkt.

Onze rendementen naast het Nederlandse gemiddelde

Een rendement zegt pas iets als je het ergens naast legt. Wij gebruiken daarvoor de VBR-index van Vermogensbeheer.nl. Die verzamelt elk kwartaal de gerealiseerde nettorendementen van ruim zeventig in Nederland actieve vermogensbeheerders en banken, en berekent daaruit een gemiddelde per risicoprofiel. Geen theoretische marktindex dus, maar een weergave van wat Nederlandse beleggers in de praktijk daadwerkelijk in handen kregen.

Over de eerste helft van 2026 lag elk EBI-profiel boven dat gemiddelde.

Rendement eerste halfjaar 2026 per risicoprofiel

EBI-modelportefeuilles versus het gemiddelde van ruim zeventig Nederlandse vermogensbeheerders. In euro's, 1 januari tot en met 30 juni 2026.
EBI-profiel Zakelijke waarden Vergelijkbaar VBR-profiel VBR-index EBI Capital Verschil
EBI 20 — Zeer defensief 20% Defensief (0–20%) +2,5% +3,9% +1,4%-pt
EBI 40 — Defensief 40% Matig defensief (20–40%) +5,0% +7,3% +2,3%-pt
EBI 60 — Neutraal 60% Neutraal (40–60%) +7,0% +10,8% +3,8%-pt
EBI 80 — Offensief 80% Matig offensief (60–80%) +9,3% +14,3% +5,0%-pt
EBI 100 — Zeer offensief 100% Offensief (80–100%) +11,2% +17,9% +6,7%-pt
Bron marktgemiddelde: Vermogensbeheer Rendement index (VBR-index©), Vermogensbeheer.nl. EBI-cijfers zijn modelrendementen vóór aftrek van beheervergoeding; zie de verantwoording hieronder.

Waarom het verschil oploopt

Het valt op dat het verschil groter wordt naarmate het profiel offensiever is: van 1,4%-punt bij EBI 20 tot 6,7%-punt bij EBI 100. Dat is geen toeval, maar een rechtstreeks gevolg van hoe onze portefeuilles zijn gebouwd.

Hoe meer aandelen een profiel bevat, hoe zwaarder de accenten wegen waarop wij systematisch inzetten: kleinere bedrijven, aandelen met een relatief lage koers en een volwaardige weging naar opkomende markten. Juist die drie hadden een uitstekend halfjaar. Het Dimensional Emerging Markets Large Cap Core Equity Fund kwam uit op 27,9%, het Global Value Fund op 19,8% en het Global Small Companies Fund op 15,8%. Ter vergelijking: een brede wereldwijde aandelenportefeuille zonder die accenten kwam uit rond 14%.

Aan de obligatiekant, waar het accent op korte looptijden en hoge kredietkwaliteit ligt, waren de uitslagen zoals bedoeld klein. Het Global Ultra Short Fixed Income Fund noteerde 1,0%. Dat deel van de portefeuille is er niet om rendement te maken, maar om het risico te dempen.

"De vergoeding voor deze risico's komt niet gelijkmatig binnen, maar geconcentreerd — en op momenten die niemand vooraf kan aanwijzen."

Hoe de vergelijking is opgebouwd

  • Periode: 1 januari tot en met 30 juni 2026, rendementen in euro's.
  • EBI-rendementen: modelrendementen op basis van de historische rendementen van de onderliggende fondsen en de modelgewichten per profiel, vóór aftrek van onze beheervergoeding.
  • Marktgemiddelde: Vermogensbeheer Rendement index (VBR-index©), gebaseerd op de nettorendementen ná kosten van ruim zeventig vermogensbeheerders en banken in Nederland.
  • Koppeling profielen: elk EBI-model is gekoppeld aan het VBR-profiel waarvan de bandbreedte aan zakelijke waarden erbij aansluit.

Wat dit voor jou betekent

Gebruik maken van wetenschappelijke inzichten en dit consequent implementeren in onze modelportefeuilles, zorgt ervoor dat onze klanten de allerbeste rendementskans hebben. Het geheim zit in het woord consequent.

Dat is de kern. Factorrendementen komen in onregelmatige sprongen, en het moment waarop laat zich niet voorspellen. Consistente blootstelling, breed gespreid en tegen lage kosten, is daarom een betrouwbaardere route dan proberen te timen wanneer je erin en eruit moet stappen.

Conclusie: koers houden, ook als het schuurt

Het eerste halfjaar van 2026 begon met een oorlog, een olieprijsschok en een maartdip, en eindigde met recordstanden. Wie erin bleef zitten, plukte daar de vruchten van. Onze portefeuilles deden het in alle profielen beter dan het gemiddelde van ruim zeventig Nederlandse vermogensbeheerders, en dat verschil is terug te voeren op keuzes die we al jaren onveranderd aanhouden.

Disclaimer: Dit artikel is opgesteld door EBI Capital Partners B.V. en heeft uitsluitend een informatief karakter. Het vormt geen beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst; de waarde van je belegging kan fluctueren en je kunt minder terugkrijgen dan je hebt ingelegd. De weergegeven EBI-rendementen zijn modelrendementen vóór aftrek van onze beheervergoeding en weerspiegelen niet per se de exacte rendementen van individuele cliëntenportefeuilles; de VBR-index betreft nettorendementen ná kosten, waardoor het werkelijke verschil na kosten lager uitvalt. Elk EBI-model bevindt zich aan de bovenkant van de bandbreedte aan zakelijke waarden van het bijbehorende VBR-profiel, wat in een stijgende markt een deel van het verschil verklaart. Bronnen: Dimensional Fund Advisors, "Halfjaarlijkse terugblik: Van voorjaarsdip naar zomerse opleving" (juli 2026); MSCI-data © MSCI 2026; Vermogensbeheer Rendement index (VBR-index©), Vermogensbeheer.nl. EBI Capital staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).