Beursgenoteerde bedrijven in de Verenigde Staten moeten elk kwartaal hun cijfers openbaar maken. De Amerikaanse beurstoezichthouder, de SEC, heeft nu voorgesteld om bedrijven zelf te laten kiezen: elk kwartaal of slechts twee keer per jaar. Voor bedrijven scheelt dat kosten. Maar voor beleggers roept het een vraag op. Als we minder vaak nieuwe cijfers krijgen en dus langer met oudere data werken, worden de markten dan minder efficiënt? En lijdt je rendement daaronder?

Dimensional dook in de cijfers en kwam tot een nuchtere uitkomst. De frequentie waarmee bedrijven rapporteren, hangt niet samen met de hoogte van de premies die beleggers verdienen. Niet in de Amerikaanse geschiedenis, en niet in een vergelijking tussen 42 landen. De markt blijkt prima in staat om informatie in de koersen te verwerken, ongeacht hoe vaak die informatie binnenkomt.

Waar gaat dit eigenlijk over?

Wetenschappelijk onderbouwd beleggen leunt op een aantal bekende premies: het extra rendement dat aandelen historisch hebben geboden boven de risicovrije rente (de aandelenpremie), en de meerrendementen van kleinere bedrijven, van goedkoop geprijsde aandelen en van winstgevende bedrijven. Die laatste drie staan bekend als de size-, value- en winstgevendheidspremie. EBI Capital bouwt portefeuilles die hier bewust blootstelling aan zoeken.

Het idee achter de bezorgdheid is logisch. Als beleggers minder vaak verse cijfers krijgen, ontstaat er een informatiekloof. Misschien worden aandelen dan verkeerder geprijsd, en verschuiven de premies. Het klinkt aannemelijk, maar de data laat zien dat het zo niet werkt.

De Verenigde Staten als tijdmachine

De VS is niet altijd een kwartaalmarkt geweest. Tot 1955 rapporteerden bedrijven jaarlijks, daarna halfjaarlijks tot 1969. Pas in 1970 ging de kwartaalplicht in. Daarmee biedt de Amerikaanse geschiedenis een natuurlijk experiment: als rapportagefrequentie de premies stuurt, zou je rond die overgang een duidelijke breuk verwachten.

Die breuk is er niet. Over de volledige periode van juli 1926 tot en met december 2025 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse aandelenpremie 7,03% (in USD, ten opzichte van de eenmaands-schatkistpapierrente). Vóór 1971 was dat 7,23%, daarna 6,86%. De size-, value- en winstgevendheidspremie schommelen op vergelijkbare wijze. Geen van die verschillen is statistisch betrouwbaar: de t-waarden blijven onder de 2, de drempel die onderzoekers gangbaar als grens hanteren.

7,03%
Aandelenpremie, volledige periode
1,45%
Size-premie, volledige periode
1,63%
Value-premie, volledige periode
3,01%
Winstgevendheidspremie, volledige periode

Gemiddelde jaarlijkse premie vóór en na 1971

VS-markt, juli 1926 tot en met december 2025, in USD. De verschuiving rond de overgang naar kwartaalrapportage is statistisch niet betrouwbaar (t-waarden onder 2).
"Als rapportagefrequentie de premies dreef, zou je rond 1971 een duidelijke breuk verwachten. Die is er niet."

Het bewijs over 42 landen heen

Eén markt is een steekproef. Daarom keek Dimensional ook naar 42 ontwikkelde en opkomende landen, ingedeeld naar hun rapportagepraktijk. In 22 landen is kwartaalrapportage verplicht. In tien landen volstaat halfjaarlijks, maar rapporteren de meeste bedrijven vrijwillig toch elk kwartaal. In de overige tien landen blijft het bij twee keer per jaar.

Het resultaat is hetzelfde. De hoogte van de premies verschilt van land tot land, maar die variatie hangt niet samen met de rapportagefrequentie. Landen met halfjaarlijkse rapportage staan door elkaar tussen landen met kwartaalrapportage, bovenaan zowel als onderaan de ranglijsten. Er is geen patroon te ontdekken.

Drie soorten rapportageregimes (2005–2025)

  • Verplicht kwartaal: 22 markten waar kwartaalrapportage wettelijk verplicht is.
  • Vrijwillig kwartaal: 10 markten met halfjaarlijkse plicht, waar de meeste bedrijven toch per kwartaal rapporteren.
  • Halfjaarlijks: 10 markten met halfjaarlijkse plicht, waar de meeste bedrijven het ook bij twee keer per jaar houden.

Waarom de markt hier goed tegen kan

Dat er geen verband is, verbaast eigenlijk niet. Markten zijn doorgaans goed in het verwerken van informatie in koersen. De kenmerken waarop wetenschappelijk onderbouwde portefeuilles sorteren, zoals marktwaarde, koers-boekwaardeverhouding en winstgevendheid, veranderen bovendien traag. Een bedrijf dat vandaag goedkoop geprijsd is, is dat volgend kwartaal meestal nog steeds.

Daar komt bij dat echt belangrijk nieuws sowieso niet wacht op het volgende rapport. In de meeste landen moeten beursgenoteerde bedrijven materiële gebeurtenissen direct melden. In de VS geldt bijvoorbeeld dat een overname of faillissement binnen vier werkdagen openbaar gemaakt moet worden, los van de rapportagecyclus. De grote schokken bereiken de markt dus hoe dan ook snel.

Conclusie: rust bewaren loont

Of de VS nu vasthoudt aan kwartaalrapportage of bedrijven laat kiezen voor halfjaarlijks, voor jou als belegger verandert er weinig wezenlijks. De historie van bijna een eeuw en de vergelijking tussen tientallen landen wijzen dezelfde kant op: rapportagefrequentie is geen aanjager van de premies waarop wetenschappelijk onderbouwd beleggen rust.

Bij EBI Capital laten we ons niet leiden door beleidsdiscussies of de waan van de dag, maar door wat de data over lange periodes laat zien. Brede spreiding, lage kosten en consistente blootstelling aan bewezen premies blijven de basis, ongeacht hoe vaak bedrijven hun cijfers naar buiten brengen.

Disclaimer: Dit artikel is opgesteld door EBI Capital Partners B.V. en heeft uitsluitend een informatief karakter. Het vormt geen beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Bron: Mia Huang en Yuan Yao, "Financial Reporting Frequency and Market Premiums", Dimensional Fund Advisors (juni 2026), op basis van CRSP-, Compustat-, Bloomberg- en IFC-data. Genoemde premies zijn hypothetisch, in USD, en retroactief berekend; ze zijn niet representatief voor indexen of werkelijke beleggingen en houden geen rekening met kosten en fees. Indexen zijn niet direct belegbaar. EBI Capital staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).