SpaceX, OpenAI en Anthropic. Drie namen die je het komende jaar regelmatig zult zien voorbijkomen, want alle drie staan ze op het punt naar de beurs te gaan. Voor SpaceX gaan geruchten over een waardering tussen de 1,75 en 2 biljoen dollar. OpenAI en Anthropic mikken op een notering rond de 1 biljoen dollar of meer. Ter vergelijking: het huidige record staat op naam van Saudi Aramco, dat in 2019 met een marktkapitalisatie van 1,7 biljoen dollar naar de beurs ging.

De hype is begrijpelijk. Maar voor jou als belegger is de relevante vraag een andere: leveren deze bedrijven na hun beursgang ook daadwerkelijk een aantrekkelijk rendement op? Het wetenschappelijk onderzoek geeft daar een verrassend duidelijk antwoord op.

1,8bn $
Verwachte beurswaarde SpaceX
6.362
IPO's onderzocht door Dimensional (1991-2018)
2,2%
Jaarlijkse onderprestatie t.o.v. Russell 3000
53%
Aandeel IPO's met negatieve winst in 2025

Wat het onderzoek laat zien

Jay Ritter, hoogleraar aan de University of Florida, houdt al decennia bij hoe Amerikaanse IPO's presteren na hun beursnotering. Zijn meest recente cijfers, gepubliceerd in maart 2026, bestrijken alle Amerikaanse beursgangen tussen 1980 en 2024. De conclusie is consistent: IPO's blijven gemiddeld vijf jaar lang achter bij vergelijkbare bedrijven die al langer aan de beurs staan.

Het verschil is geen rekenkundige toevalstreffer. Ritter vergelijkt elke IPO met bestaande genoteerde bedrijven van vergelijkbare marktkapitalisatie en boek-marktverhouding. Toch blijven IPO's over de eerste vijf jaar gemiddeld circa 2 procentpunt per jaar achter bij hun beursgenoteerde tegenhangers. Samengesteld over die periode kost dat verschil je een aanzienlijk deel van je beleggingsresultaat.

De voor de hand liggende verklaring, dat verkoopdruk na het aflopen van de lock-up periode na zes maanden de koers drukt, verklaart hooguit de eerste maanden. De onderprestatie zet zich daarna gewoon door.

Onafhankelijke bevestiging: 27 jaar Amerikaanse data

Onderzoekers van Dimensional Fund Advisors bouwden een vergelijkbare analyse op met andere methodiek en kwamen tot vrijwel hetzelfde resultaat. Zij volgden maar liefst 6.362 Amerikaanse IPO's van januari 1991 tot december 2018 en construeerden een hypothetische portefeuille die elke IPO opnam gedurende de twaalf maanden na notering, marktkapitalisatie-gewogen en maandelijks geherbalanceerd. De eerste handelsdag bleef bewust buiten beschouwing, omdat retailbeleggers vrijwel nooit tegen de uitgifteprijs kunnen kopen.

De resultaten zijn ontnuchterend. Over de hele periode behaalde de IPO-portefeuille een gemiddeld jaarrendement van 6,93 procent, tegenover 9,13 procent voor de Russell 3000 Index. Dat is een verschil van 2,20 procentpunt per jaar, opvallend dicht bij Ritters bevinding. In de subperiode 2001-2018 liep het verschil zelfs op tot 2,24 procentpunt per jaar: 3,74 procent voor IPO's tegenover 5,98 procent voor de Russell 3000. Twee onafhankelijke studies, met verschillende methodieken en deels verschillende perioden, wijzen in dezelfde richting.

De drievoudige factor-tegenwind

Waarom presteren IPO's structureel slechter? Dimensional geeft daar een precies antwoord op met behulp van het vijffactoren-model van Fama en French uit 2015. IPO's gedragen zich als groep namelijk niet willekeurig. Ze hebben drie specifieke eigenschappen gemeen, die volgens dit model elk een lager verwacht rendement voorspellen.

Ten eerste zijn IPO's overwegend kleine bedrijven met groeikenmerken, niet met waardekenmerken. Het zijn dus small growth aandelen, een segment dat historisch onder het marktgemiddelde rendeert. Ten tweede missen veel IPO's winstgevendheid: in 2025 had 53 procent van de Amerikaanse IPO's negatieve winsten in de twaalf maanden voor hun beursgang. Tijdens de dotcom-zeepbel rond 2000 was dat zelfs ruim 80 procent. Ten derde investeren IPO-bedrijven doorgaans agressief in groei, en hoog-investerende bedrijven hebben volgens de academische literatuur ook een lager verwacht rendement.

Drie factoren tegelijk, allemaal de verkeerde kant op. Het is dus geen mysterie waarom de gemiddelde IPO achterblijft bij de bredere markt. Het is precies wat de financiële theorie voorspelt.

"De prijs van een bedrijf, zijn vermogen en zijn winsten zijn allemaal cruciaal om in te schatten wat een belegging waarschijnlijk zal opleveren, bij een IPO net zo goed als bij een bedrijf dat al jaren genoteerd staat."

Andere routes, dezelfde economie

SpaceX, OpenAI en Anthropic kunnen ook via een SPAC of een directe notering naar de beurs. Beide routes zijn de afgelopen jaren populairder geworden. SPAC's bereikten in 2020 en begin 2021 een piek, met meer dan 500 noteringen en ruim 150 miljard dollar aan opgehaald kapitaal in vijftien maanden tijd. Spotify en Slack kozen destijds voor een directe notering.

De marketingboodschap is dat dit kortere of goedkopere routes zijn dan een traditionele IPO. Maar de economische werkelijkheid verandert er niet door. Zodra een bedrijf publiek noteert, gelden dezelfde wetten van vraag en aanbod en bepalen dezelfde factoren, namelijk omvang, relatieve prijs en winstgevendheid, het verwachte rendement. Dimensional benoemt het treffend: alle wegen leiden naar Rome. De vorm van de route zegt niets over wat je daarna mag verwachten van je belegging.

Wat indexaanbieders nu doen

Een interessant neveneffect van de aankomende mega-IPO's is dat de grote indexaanbieders hun regels onder de loep gaan nemen. S&P heeft al voorgesteld om de eis te schrappen dat een bedrijf minimaal twaalf maanden beursgenoteerd moet zijn voordat het wordt opgenomen in de S&P 500. Voor de honderd grootste bedrijven naar marktkapitalisatie zou ook de eis van een vol jaar positieve winsten vervallen.

Dat is geen abstracte regelwijziging. De huidige criteria zorgden er destijds voor dat Tesla, ondanks zijn omvang, pas in 2020 in de S&P 500 werd opgenomen, tien jaar na de beursgang. Op basis van wat publiek bekend is over de winstgevendheid van OpenAI en Anthropic, zouden beide bedrijven onder de oude regels jarenlang buiten de index blijven. Ook Russell, MSCI en Nasdaq herzien hun criteria.

Waarom dit jou raakt, ook als je breed gespreid belegt

Wanneer een groot nieuw bedrijf aan een veelgevolgde index wordt toegevoegd, moeten alle indexfondsen die deze index volgen vrijwel onmiddellijk aandelen kopen om de index te blijven repliceren. Daar staat geen groep verkopers tegenover die toevallig op datzelfde moment willen verkopen. Het resultaat is voorspelbaar: tijdelijk verhoogde prijzen, waardoor indexfondsen tegen ongunstige koersen instappen.

Daarbovenop komt nog iets: om plaats te maken voor het nieuwe zwaargewicht moeten andere bedrijven in de index worden afgebouwd. Een mega-IPO veroorzaakt dus een herweging van de hele index, niet alleen een toevoeging. Voor strategieën die niet star aan een index gekoppeld zijn, biedt dit juist mogelijkheden: door rond het moment van opname níet te kopen, vermijd je de opgepompte prijs.

Hoe evidence-based managers met IPO's omgaan

  • Geen aankoop tijdens de eerste twaalf maanden: Dimensional sluit nieuwe IPO's gedurende een jaar uit om verstoring door lock-ups en prijssteun te vermijden.
  • SPAC's pas na fusie: een SPAC is geen operationeel bedrijf, dus pas geschikt voor aankoop nadat de combinatie met een werkmaatschappij is voltooid.
  • Factoren als kompas: beoordeel elk nieuw bedrijf langs dezelfde meetlat als bestaande beursgenoteerden, namelijk prijs in verhouding tot vermogen en winstgevendheid.
  • Geen forced buying rond indexopname: flexibele strategieën zijn niet verplicht te kopen op de dag dat een index herweegt.

Conclusie: geen hype, wel fundamentals

De aankomende beursgangen van SpaceX, OpenAI en Anthropic zijn nieuwswaardig en zullen veel media-aandacht trekken. Maar nieuwswaarde en beleggingsmerites zijn twee verschillende dingen. Twee onafhankelijke onderzoeken, dat van Jay Ritter en dat van Dimensional met 6.362 IPO's over 27 jaar, komen tot dezelfde bevinding: de gemiddelde IPO blijft jaarlijks zo'n 2 procentpunt achter bij vergelijkbare beursgenoteerde bedrijven. Het vijffactoren-model van Fama en French verklaart waarom: IPO's zijn als groep klein, weinig winstgevend en investeren agressief, drie eigenschappen die elk afzonderlijk een lager verwacht rendement voorspellen.

Of een bedrijf via een traditionele IPO, een SPAC of een directe notering naar de beurs gaat, verandert deze economie niet. De vorm van de route zegt niets over het rendement dat erna komt. Voor jou als belegger betekent dit dat een breed gespreide, wetenschappelijk onderbouwde aanpak juist op dit soort momenten zijn waarde bewijst. Door systematisch te kijken naar prijs, boekwaarde en winstgevendheid, en niet automatisch elke nieuwe index-opname te volgen, voorkom je dat je tegen de verkeerde prijs instapt. De hype komt en gaat. De fundamentals blijven.

Disclaimer: Dit artikel is opgesteld door EBI Capital Partners B.V. en heeft uitsluitend een informatief karakter. Het vormt geen beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Bronnen: Jay Ritter, "Initial Public Offerings: Updated Long-Run Statistics" (Warrington College of Business, University of Florida, maart 2026 en april 2026); Avantis Investors, "Monthly Mutual Fund Field Guide" (april 2026); Dimensional Fund Advisors, "IPOs: Profiles Are High. What About Returns?" (augustus 2019); Dimensional Fund Advisors, "IPOs, SPACs, and Direct Listings: All Roads Lead to Rome" (juni 2021); Fama en French, "A Five-Factor Asset Pricing Model" (Journal of Financial Economics 116, 2015); Bloomberg; Reuters. Indexen zijn niet direct belegbaar. EBI Capital staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).