De val van de kampioenen: waarom de grootste aandelen vaak teleurstellen
Aandelen die uitgroeien tot de grootste ter wereld presteren daarna gemiddeld slechter dan de markt — bijna een eeuw aan data bewijst het.
Iedereen kent het gevoel. Nvidia, Apple, Microsoft, aandelen die jarenlang buitengewone rendementen opleverden, het financiële nieuws domineren en de indruk wekken dat het zo wel door zal gaan. Het is verleidelijk om daar op in te springen. Maar wat zegt de geschiedenis werkelijk over aandelen die de absolute top bereiken?
Dimensional Fund Advisors onderzocht alle Amerikaanse aandelen van 1927 tot en met 2025 en stelde een eenvoudige vraag: hoe presteerden de tien grootste aandelen naar beurswaarde in de jaren vóór én na het moment dat ze die toppositie bereikten? De uitkomst is ontnuchterend en voor langetermijnbeleggers bijzonder leerzaam.
Succes is al ingeprijsd
De verklaring ligt in een fundamenteel principe van efficiënte markten: verwachtingen zijn al verwerkt in de aandelenprijs. Als een bedrijf jaar na jaar beter presteert dan verwacht, stijgt de koers. Maar zodra een aandeel zo groot en zo bekend is dat het tot de top tien behoort, zijn die verwachtingen doorgaans al volledig ingeprijsd.
Voor verdere outperformance is niet alleen goed nieuws nodig, maar steeds beter nieuws dan de markt al verwacht. Dat wordt exponentieel moeilijker naarmate een bedrijf groeit, volwassen wordt en een groter deel van de economie vertegenwoordigt.
"Verwachtingen over de toekomst van een bedrijf weerspiegelen zich in de huidige aandelenkoers. Positief nieuws kan de prijs opdrijven, maar die veranderingen zijn niet voorspelbaar."
Bijna een eeuw aan bewijs
In de drie jaar vóór toetreding tot de top 10 presteerden deze aandelen gemiddeld 27,2 procentpunt per jaar beter dan de S&P 500. Indrukwekkend, maar dat is nu juist het probleem voor wie op dat moment instapt.
Drie jaar ná toetreding is die outperformance grotendeels verdwenen (+0,3%). Vijf jaar later draaien de cijfers negatief: −1,7% per jaar ten opzichte van de markt. Na tien jaar bedraagt de underperformance nog steeds −1,6% per jaar. Gecumuleerd over tien jaar is dat een merkbaar lager eindvermogen vergeleken met gewoon de brede markt aanhouden.
Wat betekent dit voor marktkapitalisatiegewogen indexen?
- Automatische concentratie: Een marktgewogen index geeft automatisch meer gewicht aan de grootste aandelen. Wie een S&P 500-ETF aanhoudt, belegt daardoor relatief meer in aandelen die historisch gezien daarna achterblijven.
- Niet inherent slecht: Brede spreiding over de hele markt blijft waardevol. Het probleem ontstaat bij extra concentratie bovenop de index, of bij actieve keuzes om de grootste namen te overwegen.
- Factorbeleggen als alternatief: Strategieën die bewust kleine, goedkope of winstgevende aandelen overwegen, vermijden deze concentratie structureel en bouwen voort op dezelfde wetenschappelijke literatuur.
De psychologie van de winnaar
Waarom lopen beleggers toch achter de grootste namen aan? Deels is het begrijpelijk: de bedrijven zijn bekend, de producten zijn tastbaar en het track record spreekt voor zich. Psychologen noemen dit availability bias: we beoordelen toekomstig succes op basis van hoe levendig en recent iets in ons geheugen zit.
Maar markten verdisconteren de toekomst, niet het verleden. Een aandeel dat de afgelopen vijf jaar 400% is gestegen, hoeft daarmee niet duurder te zijn geworden — als de winst in gelijke mate steeg, is de waardering onveranderd. De vraag is dus niet of het een goed bedrijf is, maar of de prijs die je betaalt voor de verwachte toekomstige winsten nog ruimte laat voor bovengemiddeld rendement. En juist bij de allergrootste bedrijven zijn die verwachtingen doorgaans al volledig verwerkt in de koers.
Conclusie: spreiden loont meer dan najagen
De data is helder: de grootste aandelen van vandaag zijn niet de beste beleggingen van morgen. Dat wil niet zeggen dat je ze moet vermijden, maar concentratie in de huidige kampioenen heeft historisch gezien geen extra rendement opgeleverd, integendeel.
Bij EBI Capital bouwen we portefeuilles op basis van wetenschappelijk bewijs, niet op basis van populariteit of recent succes. Brede spreiding, lage kosten en een systematische aanpak zijn de bouwstenen die op de lange termijn het verschil maken, ook als de nieuwste winnaar op het eerste gezicht onverslaanbaar lijkt.

