Marktconcentratie en hoge waarderingen: wat nu?

door | mrt 24, 2026 | EDUCATIE, UPDATE | 0 Reacties

Marktconcentratie en hoge waarderingen: wat nu? – EBI Capital

Marktconcentratie en hoge waarderingen: wat nu?

Een klein handvol megabedrijven beheerst de aandelenmarkt — en handelt tegen extreem hoge koers-winstverhoudingen. Wat is de verstandigste reactie voor de serieuze langetermijnbelegger?

Eind 2025 was de Amerikaanse aandelenmarkt opmerkelijk geconcentreerd. De tien grootste posities in de S&P 500 vertegenwoordigden samen 41% van de totale indexwaarde — en handelden tegen een gewogen gemiddelde koers-winstverhouding van 37 keer de winst. Ter vergelijking: de overige 490 bedrijven in de index stonden op slechts 26 keer. Het verschil bedroeg meer dan 40%. Voor beleggers wereldwijd — ook buiten de VS — is de vraag dezelfde: wat is de verstandige reactie?

Drie antwoorden doen de ronde. Sommigen zien kansen voor actief beheer: als de markt zo eenzijdig is samengesteld, moet het toch mogelijk zijn om elders waarde te vinden? Anderen vertrouwen liever op alternatieve wegingen, zoals gelijkgewogen of fundamenteel gewogen indices, om concentratie te omzeilen. Weer anderen focussen op zogeheten 'kwaliteitsaandelen' als buffer tegen luchtbellen. Dimensional Fund Advisors onderzocht alle drie de benaderingen — en de uitkomsten zijn helder.

41%
Gewicht top 10 in S&P 500 (eind 2025)
37×
Koers-winstverhouding top 10 vs. 26× voor de rest
18%
Actieve fondsen die benchmark kloppen (20 jaar, VS)
14.222
Posities in een wereldwijde systematische strategie

Actief beheer lost het niet op

De eerste reflex — actieve aandelenselectie inzetten als de markt eenzijdig is — klinkt logisch, maar strookt niet met de feiten. Dimensional analyseerde de prestaties van actieve fondsen over een periode van bijna 35 jaar (1989–2024) en onderzocht of hoge marktconcentratie een voorspellende waarde had voor de relatieve prestaties van actieve managers.

Het antwoord is nee. Er is geen betrouwbaar verband. De correlatie tussen concentratieniveaus en de daaropvolgende outperformance van actieve fondsen is statistisch niet significant — ongeacht of je meet op basis van ruwe rendementen boven de markt of op risicogewogen alfa. Dat is niet verrassend: over de afgelopen 20 jaar overleefde slechts 46% van de actieve aandelenfondsen in de VS de volledige periode, en slechts 18% versloeg zijn benchmark structureel. Concentratie in de markt verandert dat beeld niet.

Grafiek 1: Marktconcentratie en prestaties van actieve fondsen
Figuur 1
Marktconcentratie en de prestaties van traditioneel actieve fondsen (1989–2024)

Panel A toont de oplopende concentratie in de Amerikaanse aandelenmarkt: het gewicht van de tien grootste aandelen verdubbelde van circa 15% in 2015 naar ruim 30% eind 2024 — een historisch hoog niveau.

Panels B en C tonen de driejaars voortschrijdende rendementen van actieve fondsen boven de markt (Panel B) en de risicogewogen alfa op basis van het Fama-French vijf-factormodel (Panel C). Beide maatstaven schommelen consistent rond de nul, ongeacht het concentratieniveau in Panel A. De smalle donkere lijn (vermogensgewogen gemiddelde) en de stippellijn (mediaan) vertonen geen herkenbaar patroon dat samenhangt met periodes van hoge of lage concentratie. De conclusie is statistisch bevestigd: de correlatie is niet significant.

"Er is geen betrouwbaar verband tussen hoge marktconcentratie en de relatieve prestaties van actieve fondsen — over de gehele periode van 35 jaar."

Gelijkgewogen en fundamenteel gewogen: omwegen naar hetzelfde doel

Een veelgehoord alternatief is het gebruik van gelijkgewogen of fundamenteel gewogen indices. Gelijkgewogen indices geven elk aandeel dezelfde positie — waardoor megacaps automatisch worden afgebouwd. Fundamenteel gewogen indices wegen op basis van omzet, winst of dividenden in plaats van marktwaarde.

Beide methoden hebben echter een fundamenteel nadeel: ze zijn indirecte omwegen naar bekende rendementspremies. Een gelijkgewogen portefeuille is feitelijk een mechanische tilt naar kleinere bedrijven (de omvangspremie). Fundamentele weging stuurt impliciet richting value en winstgevendheid. Dat is an sich niet verkeerd, maar het gebrek aan controle leidt tot extreme over- en ondergewichten. Een gelijkgewogen S&P 500 zou eind 2025 het grootste aandeel — NVIDIA — houden op slechts 0,02 keer zijn marktgewicht, terwijl het kleinste aandeel op 31 keer wordt gehouden. Zulke extremen gaan gepaard met hoge transactiekosten en ongewenste risicoconcentraties.

Onderzoek van Dai en Saito (2022) bevestigt dit: wegingsschema's die marktgewichten verlaten, kunnen leiden tot extreme en ongecontroleerde afwijkingen ten opzichte van de markt, alsook buitensporig veel transactiekosten.

Kwaliteitsaandelen: een label zonder toegevoegde waarde

De derde populaire reactie is een focus op zogeheten 'kwaliteitsaandelen' — bedrijven met sterke balansen, stabiele winsten en lage schulden. De gedachte is dat kwaliteit relatief veilig is als luchtbellen in groei-aandelen leeglopen. Maar ook hier is er een probleem: 'kwaliteit' is geen scherp gedefinieerde factor.

Medhat en Novy-Marx (2025) tonen aan dat de winstgevendheidspremie alle informatie over verwacht rendement omvat die in gangbare kwaliteitsmaatstaven — inclusief samengestelde indices — besloten ligt. Omgekeerd is dat niet het geval. Met andere woorden: wie direct op winstgevendheid selecteert, doet het beter dan wie via kwaliteit een omweg neemt. Het directe pad is efficiënter.

De drie factorpremies in het kort

  • Omvangspremie (size) — Kleine bedrijven leveren op lange termijn een hoger rendement dan grote. De premie is robuust gedocumenteerd over meerdere markten en decennia (Fama & French, 1993).
  • Waardepremie (value) — Goedkope aandelen (lage prijs/boekwaarde) presteren structureel beter dan dure groeiaandelen. Een directe en meetbare relatie met verwacht rendement.
  • Winstgevendheidspremie (profitability) — Bedrijven met een hoge operationele winstgevendheid leveren hogere rendementen. Medhat & Novy-Marx (2025) tonen aan dat deze premie kwaliteitsmetrieken volledig omvat.

Systematisch en direct: de meest efficiënte route

Wat werkt dan wél? Dimensional onderzocht twee voorbeelden van systematisch actieve strategieën die de drie premies — omvang, waarde en winstgevendheid — direct en gecontroleerd nastreven, vanuit een marktgewogen startpunt. Beide strategieën hanteren expliciete gewichtsmaxima op aandeel- en sectorniveau om concentratie te beheersen.

De US All Cap Core-strategie belegt in de brede Amerikaanse markt met een tilt naar kleinere, goedkopere en winstgevendere bedrijven. Eind 2025 had de strategie 30% van haar gewicht in de tien grootste posities, tegenover 36% voor de Russell 3000 (en 41% voor de S&P 500). De koers-winstverhouding van de portefeuille bedroeg 22 keer, tegenover 26 keer voor de benchmark. Waarde-aandelen met hoge winstgevendheid werden op 1,4 keer hun benchmarkgewicht gehouden; groeiaandelen met lage winstgevendheid op 0,6 keer.

De All Country All Cap Core-strategie breidt het universum uit naar alle wereldwijde markten — ontwikkeld én opkomend. Het resultaat is een portefeuille van meer dan 14.000 posities waarbij de tien grootste slechts 13% uitmaken van het totaal, tegenover 23% voor de MSCI All Country World IMI. De koers-winstverhouding is 18 keer, tegenover 22 keer voor de benchmark. Het Amerikaanse gewicht bedraagt 61%, vergelijkbaar met de index — de lagere waardering vloeit volledig voort uit de factor-tilt, niet uit een landenkeuze.

Grafiek 2: Voorbeelden van systematisch actieve strategieën
Figuur 2
Positionering van twee systematisch actieve strategieën (per 31 december 2025)

De ontwerpschema's (linksboven in elke kolom) visualiseren hoe beide strategieën het beleggingsuniversum positioneren. De donkerste vlakken — linksonder in de drie dimensies omvang, relatieve prijs en winstgevendheid — vertegenwoordigen de aandelen met de hoogste allocatie: kleinere bedrijven, lage waardering en hoge winstgevendheid. De strategieën bewegen dus doelgericht weg van de dure megacaps richting het segment met de sterkste verwachte rendementspremies.

De gewichtsratio's onderaan de tabel maken de systematiek concreet. De US All Cap Core-strategie houdt kleine aandelen op 2,10 keer hun benchmarkgewicht (Russell 3000), terwijl grote aandelen op 0,81 keer worden gehouden. Value-aandelen met hoge winstgevendheid staan op 1,38 keer; groeiaandelen met lage winstgevendheid worden juist teruggebracht naar 0,61 keer. De All Country All Cap Core-strategie versterkt deze tilts verder dankzij het bredere, wereldwijde universum: kleine aandelen op 2,70 keer, en value met hoge winstgevendheid op 1,59 keer.

Het resultaat is een aanzienlijk lagere concentratiegraad bij vergelijkbare regionale verdeling: het top-10-gewicht daalt van 35,9% (Russell 3000) naar 30,1% voor de VS-strategie, en van 22,9% (MSCI ACWI IMI) naar slechts 12,9% voor de wereldwijde variant.

"Wereldwijde spreiding is het meest effectieve tegengif tegen concentratie — meer dan 14.000 posities, een top-10-gewicht van slechts 13%."

Conclusie: de voordelen van het directe pad

Marktconcentratie in combinatie met hoge waarderingen is een reëel vraagstuk voor langetermijnbeleggers. Maar de veelgehoorde oplossingen — actieve stock picking, gelijkgewogen indices, kwaliteitsfilters — zijn hetzij niet betrouwbaar effectief, hetzij indirecte omwegen naar bekende factorpremies, met hogere kosten en minder controle als gevolg.

De meest efficiënte aanpak is die waarbij de premies direct en gecontroleerd worden nagestreefd: een breed gespreide, systematisch beheerde portefeuille met een meetbare tilt naar omvang, waarde en winstgevendheid, geïmplementeerd met dagelijkse flexibiliteit en expliciete risicobeheersing. Dit sluit nauw aan bij de filosofie die EBI Capital al jaren hanteert: bewijs boven intuïtie, structuur boven speculatie, spreiding als fundament.

Voor beleggers die bovendien een wereldwijd beleggingsuniversum hanteren, is de kans op structurele meerwaarde het grootst — en de afhankelijkheid van de grillen van een handvol Amerikaanse megacaps het kleinst.

Disclaimer: Dit artikel is opgesteld door EBI Capital Partners B.V. en heeft uitsluitend een informatief karakter. Het vormt geen beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De in dit artikel genoemde cijfers zijn ontleend aan Dimensional Fund Advisors, "Market Concentration at High Valuations: What to Do?", maart 2026, op basis van data van CRSP, Morningstar, Russell, MSCI en Ken French's website. Indexen zijn niet direct belegbaar. EBI Capital staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

AUTHEUR

Jan de Vries
Jan is founding partner van EBI Capital. Binnen EBI Capital is Jan verantwoordelijk voor de wetenschappelijk onderbouwde beleggingsfilosofie.

jan@ebicapital.nl
+31 646 44 51 48

Heb je vragen of wil je reageren op dit artikel?
Schroom niet om contact met ons op te nemen!

Rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.