De laatste tijd wordt ons gevraagd waarom EBI's modelportefeuilles zo goed presteren. In dit artikel leggen we dit graag uit. Na een van de langste droogteperiodes in de beleggingsgeschiedenis is de waardepremium overtuigend teruggekeerd. De actuele indexrendementen — per 28 februari 2026 — laten er geen twijfel over bestaan: wie geduldig bleef in een waardestrategie, ziet dat geduld nu beloond met rendementen die groeiaandelen over vrijwel alle tijdshorizons buiten de VS significant overstijgen.
De data toont een bijna klassiek herstelpatroon. Na jaren van dominantie van Big Tech trekt de waardepremium sterk aan. Het patroon past in de academische theorie van Fama en French: waardeaandelen dragen een structureel hogere risicopremie en die premie verschijnt cyclisch, niet lineair. De recente cijfers bieden die bevestiging in heldere, werkelijke rendementsdata.
afgelopen 12 maanden
afgelopen 12 maanden
gemiddeld per jaar (5 jaar)
gemiddeld per jaar (1975–2026)
Groei domineerde een decennium — maar dat keert
De afgelopen tien jaar presteerde de MSCI World Growth-index met 14,34% per jaar beduidend beter dan de MSCI World Value-index met 9,86% — een negatieve waardepremium van ruim 4 procentpunt per jaar. Dat weerspiegelt precies de periode van extreem lage rentes, pandemiegeld, quantitative easing en de dominantie van een handvol mega-cap technologiebedrijven.
Maar wie naar de kortere horizon kijkt, ziet de omslag. Over het afgelopen jaar bedraagt de waardepremium in Europa maar liefst 19,3 procentpunt. In de bredere wereld buiten de VS loopt dat verschil op tot 19,1 procentpunt. Over vijf jaar is de outperformance van waardeaandelen in Europa gemiddeld 7,65 procentpunt per jaar. Dit is geen statistisch ruis — het is een systematisch herstel dat past na een periode van sterke koersstijgingen in combinatie met een hoge (over)waardering.
Buiten de VS: de waardepremium staat in vuur en vlam
De meest spectaculaire outperformance speelt zich af buiten Amerika. De MSCI World ex USA Value-index staat over het afgelopen jaar op +28,66%, tegenover +9,58% voor de corresponderende groeivariant — een waardepremie van 19,1 procentpunt. Over vijf jaar bedraagt het gemiddelde jaarlijkse verschil 8,6 procentpunt (15,93% versus 7,30%). In Europa is het beeld vergelijkbaar: de MSCI Europe Value-index liet over vijf jaar 15,99% per jaar zien tegenover 8,34% voor de Europe Growth-index.
Die cumulatieve rendementen zijn reëel en kwantificeerbaar. Wie vijf jaar geleden €100.000 in Europese waardeaandelen belegde, staat nu op een aanzienlijk hogere eindwaarde dan de groeivariant — zonder enige tactische actie, enkel door discipline en de structuur van een waardegerichte indexstrategie.
"De waardepremium heeft historisch altijd hersteld na uitputtende periodes — maar de timing is onvoorspelbaar. Wie wacht op een duidelijk signaal, stapt doorgaans te laat in."
De waarderingskloof: hoeveel ruimte resteert er nog?
Rendementen uit het verleden vertellen ons wat er was. Waarderingsspreidingen vertellen ons wat er structureel mogelijk is. Onderzoeker Brian Chingono van Verdad analyseerde vijftig jaar aan data uit de bibliotheek van professor Kenneth French en meet de kloof als de koers/boekwaarde-verhouding van waardeaandelen gedeeld door die van groeiaandelen — uitgedrukt in "cent per euro". Een spreiding van 22 cent betekent dat een euro boekwaarde bij waardeaandelen slechts 22 cent kost ten opzichte van een euro boekwaarde bij groeiaandelen.
De uitkomst is opvallend eenduidig: in alle drie de regio's noteert de waarderingskloof momenteel op of nabij historisch extreme niveaus. In de VS handelen waardeaandelen op slechts 10 cent per euro — versus een historisch gemiddelde van 22 cent. In Europa is dat 12 cent versus 21 cent. In Japan 15 cent versus 20 cent. Zelfs als de kloof zou halveren richting het langjarig gemiddelde, impliceert dat nog substantiële koerswinst voor waardeaandelen. Het herstel van de afgelopen vijf jaar heeft de spreiding nauwelijks genormaliseerd.
Het Japanse voorbeeld verdient aparte aandacht. De huidige Japanse waarderingsspreiding van 15 cent per euro is vergelijkbaar met het niveau dat Japan bereikte tijdens de piek van de dotcom-bubbel in december 1999. In de vijf jaar die volgden op dat moment presteerden Japanse waardeaandelen gemiddeld met 21,4% per jaar beter dan groeiaandelen. Het herstelpatroon van 2020–2025 (+19,4% per jaar) is dus niet uniek — het is historisch precedent dat zich herhaalt.
"Zelfs als de relatieve waardering van goedkope aandelen zou verdubbelen, keren we slechts terug bij het historisch gemiddelde. De weg naar normalisering is lang en het potentieel reëel."
Wat de 10-jaarsdata ons leert — en niet leert
Het is eerlijk om ook de minder comfortabele cijfers te benoemen. De 10-jaarsdata laat zien dat groeiaandelen in de VS en wereldwijd over het afgelopen decennium fors beter presteerden. Niet omdat waardeaandelen slecht hebben gepresteerd maar juist omdat groeiaandelen ver boven hun gemiddeld rendement hebben gerendeerd. Wie die trend extrapoleerde, zou concluderen dat waardestrategieën structureel inferieur zijn. Maar data-extrapolatie is precies de redeneeringsfout die langetermijninvesteerders duur kan komen te staan.
Drie observaties zijn hier relevant. Ten eerste omvat de 10-jaarsperiode de meest extreme groeicyclus in decennia — gedreven door nul-rente, quantitative easing en een ongekende concentratie van marktkapitalisatie in een handvol technologiebedrijven. Ten tweede laten de since-inception-cijfers over 50 jaar voor alle regio's een positieve waardepremium zien — bescheiden maar consistent. Ten derde wijst het scherpe herstel van de laatste vijf jaar erop dat de pendel terugzwaait. De academische literatuur (Fama & French 1992, 1993) heeft dit patroon als structureel geïdentificeerd: de premie is een compensatie voor risico.
Hoe EBI Capital de waardepremium benut
- Systematische factortilt — EBI Capital portefeuilles bevatten een bewuste overweging van goedkope aandelen (hoge boekwaarde/koers ratio), in lijn met de definitie van Fama en French (1992).
- Brede regionale spreiding — Blootstelling over Europa, wereld ex-VS én opkomende markten zorgt ervoor dat het herstel in elke regio wordt gevangen, ook als het in de VS achterblijft.
- Discipline boven timing — De waardepremium verschijnt in clusters, niet elk kwartaal. Doorzetten in magere jaren is de enige bewezen methode om de langetermijnpremie te oogsten.
- Lage kosten als hefboom — Omdat de waardepremium over de lange termijn beperkt maar statistisch robuust is, tellen kosten bijzonder zwaar. Lage-kosten indexstrategieën zijn de logische implementatievorm.
Conclusie: het bewijs staat er, het herstel is nog niet voorbij
De Dimensional prestatiecijfers per februari 2026 zijn een directe, kwantificeerbare bevestiging van de academische theorie: de waardepremium is structureel, maar ongelijkmatig verdeeld over de tijd. Na een uitzonderlijk langdurige droogteperiode realiseerden Europese waardeaandelen over de afgelopen vijf jaar een gemiddelde outperformance van 7,65 procentpunt per jaar. Buiten de VS als geheel is dat 8,63 procentpunt per jaar — en over het afgelopen jaar loopt dat verschil zelfs op tot bijna 19 procentpunt.
Voor EBI Capital-klanten is dit geen reden voor euforie, maar wél een bevestiging dat de wetenschappelijke grondslag van de strategie intact is. De waarderingskloof tussen goedkope en dure aandelen blijft historisch ruim — wat suggereert dat het meanreversieproces zijn volledige beloop nog niet heeft gemaakt. De data spreekt voor zichzelf. Wat het vraagt, is geduld. En dat hebben wij! Met prachtige rendementen voor onze klanten.
"De structurele logica achter de waardepremium — goedkope aandelen compenseren beleggers voor een hoger verwacht risico — is in vijftig jaar empirisch onderzoek niet weerlegd. De actuele data bevestigt het opnieuw."


