Research: Levert een ‘high conviction’ beleggingsportefeuille meer rendement op?

door | feb 25, 2026 | EDUCATIE, RESEARCH | 0 Reacties

Bij EBI Capital geloven we niet in glanzende brochures of de “beheerder van de maand”. We baseren ons op keihard wetenschappelijk bewijs. Een recent lijvig rapport van Morningstar (januari 2026), getiteld Bold Portfolios: Are They Worth Their Risks?, legt pijnlijk bloot wat de werkelijke prijs is van “durf” in de beleggingswereld.

Hieronder duiken we uitvoerig in dit onderzoek. We combineren de data met de psychologie van de belegger, zodat jij precies weet waarom je brein je soms de verkeerde kant op stuurt en hoe je dat voorkomt.

De verleiding van “Conviction”: Waarom je brein hier gevoelig voor is

Voordat we naar de cijfers kijken, moeten we begrijpen waarom we als mens zo gevoelig zijn voor geconcentreerde portefeuilles. In de industrie wordt dit vaak verkocht als “conviction” (overtuiging). Het suggereert dat een beheerder door speciale kennis precies weet welke aandelen gaan winnen.

Marketingafdelingen weten dit feilloos te bespelen: ze presenteren een fonds niet als “gevaarlijk ongespreid”, maar als “gefocusseerd” of “gedurfd”. Jouw brein houdt van dit soort verhalen. We hebben de neiging om overtuiging te verwarren met kunde. Talloze beleggers zijn namelijk van mening dat een zeer kundige, hoogopgeleide fondsbeheerder in staat zou moeten zijn om de beste aandelen te selecteren. Bovendien; waarom zou je beleggen in slechtere aandelen? In nagenoeg elk vakgebied levert ervaring in combinatie met kunde een betere uitkomst op. De grote uitzondering? Juist; de financiële sector!

De realiteit is namelijk dat — juist omdat er zo ontzettend veel hoogopgeleide en zeer kundige experts actief zijn binnen de financiële markten — dit soort “overtuiging” vaak niet meer is dan een duurbetaalde gok. Financiële markten zijn door de extreme competitie immers enorm efficiënt.

Key Takeaways

De belangrijkste lessen uit dit onderzoek zijn ontnuchterend:

Concentratie is een ‘hot topic’: Het “winners-take-all” effect heeft de wereldwijde aandelenmarkten veranderd. De Magnificent Seven wogen eind 2025 zwaarder (22%) dan de zeven grootste niet-Amerikaanse landen gecombineerd (21%).

Meer risico voor minder rendement: Geconcentreerde fondsen laten grotere koersschommelingen en diepere verliezen zien, terwijl de rendementen gemiddeld juist lager liggen dan bij gespreide fondsen.

Indexbeleggen wint op spreiding: Passieve fondsen bieden vrijwel altijd een veel betere diversificatie dan actieve fondsen.

Groei-fondsen zijn het ‘boldst’: Juist in de hoek van groeiaandelen is de concentratie de afgelopen tien jaar enorm toegenomen.

Het onderzoek

Het onderzoek “Bold Portfolios: Are They Worth Their Risks?” analyseerde meer dan 5.800 in Europa gevestigde aandelenfondsen en ETF’s over de periode van tien jaar tot en met september 2025. De auteurs (Mathieu Caquineau, Eugene Gorbatikov en Francesco Paganelli) ontwikkelden een multidimensionale Concentration Score die veel verder gaat dan alleen het tellen van het aantal aandelen waar de meeste beleggers op vertrouwen.

En dat is belangrijk. Een fonds met 200 aandelen kan namelijk nog steeds sterk geconcentreerd zijn als die aandelen zich clusteren in dezelfde sectoren of precies tegelijkertijd bewegen. De score van Morningstar meet daarom concentratie op drie niveaus:

Aandelenniveau: Het aantal posities, de weging van de top 10 en de Herfindahl-Hirschman Index (HHI).

Sectorniveau: De blootstelling aan specifieke industrieën en sectoren.

Rendementsniveau: Hoe sterk de aandelen met elkaar samenhangen (correlatie).

Dit geeft een veel vollediger beeld dan simpelweg namen tellen op een factsheet. Uit de data blijkt namelijk dat het verschil in jaarrendement tussen de minst en de meest geconcentreerde groepen 1,0% was, en dit verschil was statistisch significant. Over een heel decennium telt dat op tot een serieus bedrag aan misgelopen vermogen.

Dit is waarom deze score voor jou als belegger het verschil maakt:

Voorkomt misleidende conclusies: Als je slechts één factor in isolatie bekijkt, trek je makkelijk de verkeerde conclusie over hoe veilig je bent.

Kijkt naar het grotere geheel: De score houdt tegelijkertijd rekening met het aantal aandelen, hoe zwaar de posities wegen, de blootstelling aan specifieke sectoren en de spreiding op basis van rendement (correlatie).

Onthult verborgen risico’s: Het brengt vormen van concentratie aan het licht die simpele maatstaven, zoals de weging van de top 10 of het totale aantal holdings, niet kunnen detecteren. Hierdoor krijg je een veel eerlijker beeld van de portefeuillestructuur en de risicobeperkende maatregelen die een beheerder wel of niet heeft genomen.

Kortom, de Concentration Score zorgt ervoor dat je niet langer blind vaart op één enkel getal, maar de werkelijke spreiding van je beleggingen begrijpt.

Geconcentreerd beleggen levert minder vermogensgroei op!

Het verschil in jaarrendement tussen de minst en de meest geconcentreerde groepen (tercielen) bedroeg 1,0%, en dit verschil was statistisch significant. Over een periode van tien jaar telt dat door het rente-op-rente effect op tot een serieus bedrag aan “echt” geld.

Van september 2015 tot september 2025 presteerden portefeuilles met een lage concentratie in elke regionale categorie beter dan die met een hoge concentratie. In de VS was het verschil 357% tegenover 326%. Wereldwijd was dit 277% tegenover 249% en in Europa 203% tegenover 188%. Morningstar merkt op dat dit verschil in de Amerikaanse en wereldwijde categorieën neerkomt op ongeveer een tiende van het totale rendement over tien jaar.

Dit toont tevens aan hoe kleine jaarlijkse verschillen in rendement en/of kosten op de langere termijn grote verschillen in vermogen kan opleveren.

Geconcentreerde fondsen hebben meer nadelen!

We hebben net gezien dat ‘concentratie’ leidt niet alleen tot mindere prestaties; het is ook nog eens duurder.

Actieve fondsen in de meest geconcentreerde groep rekenen gemiddeld 31 basispunten (0,31%) per jaar meer dan de fondsen in de minst geconcentreerde groep. Zelfs bij passieve fondsen zie je ditzelfde patroon: hoe meer concentratie, hoe duurder het fonds, al krimpt het verschil daar tot negen basispunten.

Waarom zijn geconcentreerde fondsen duurder?

Geconcentreerde beheerders kunnen simpelweg meer vragen omdat hun verhaal arbeidsintensiever klinkt. Morningstar stelt dat deze premie waarschijnlijk het gevolg is van “het vermogen van beheerders om hogere vergoedingen te vragen voor gespecialiseerde expertise en actievere besluitvorming”.

Dit soort strategieën vereist intensief onderzoek en wordt vaak in de markt gezet als een methode met een hogere kans op ‘alpha’ (extra rendement). Breed gespreide actieve fondsen maken daarentegen vaak gebruik van systematische, schaalbare processen die de kosten juist laag houden.

Beleggers in dit soort “bold” fondsen betalen dus een premie voor hun durf, om vervolgens te zien hoe die extra kosten de allergrootste hindernis worden die de strategie niet weet te overwinnen. 

En die kostenrem werkt cumulatief. Als je elk jaar begint met een achterstand van 31 basispunten op je meer gespreide concurrenten, dan vreet dat kostenverschil over een periode van tien jaar een enorm gat in je uiteindelijke rendement.

Een verkeerde keuze heeft grote gevolgen!

Lagere rendementen en hogere kosten zijn al vervelend genoeg. Maar concentratie brengt nog een derde nadeel met zich mee: het maakt de kans op echt zware verliezen veel groter.

De meest geconcentreerde fondsen laten een veel bredere spreiding in hun resultaten zien, met zogenaamde ‘vettere staarten’ aan beide kanten van de grafiek.

Natuurlijk kan concentratie soms leiden tot spectaculaire winsten. Maar het zorgt net zo vaak — of zelfs vaker — voor zware verliezen. De statistische klokcurve wordt in de praktijk dus vooral dikker aan de kant waar het pijn doet. 

Beleggers nemen al risico en waarom zou je dit soort onnodig risico accepteren?

De data over de maximale dalingen (drawdowns) bevestigen dit beeld. Bij sterk geconcentreerde portefeuilles was de ‘linkerstaart’ van de verdeling — de hoek waar de klappen vallen — aanzienlijk zwaarder.

Gemiddeld genomen kenden de meest geconcentreerde fondsen dalingen die ongeveer 2,0 procentpunt dieper waren dan die van de meest gespreide fondsen, een verschil dat statistisch gezien zeer betrouwbaar is.

Eén specifiek aandeel laat zien hoe dit in de praktijk werkt. Novo Nordisk was in 2025 de grootste negatieve factor voor het fonds Fundsmith Equity. Volgens rendementsgegevens van State Street kostte dit ene aandeel het fonds maar liefst 3,0 procentpunt aan rendement.

Stel je voor: één enkele positie in een portefeuille van 29 aandelen die een compleet jaarresultaat naar beneden sleurt. 

Dat is het grote risico van geconcentreerd beleggen; één misser en je totale rendement is verdwenen.

Waarom “overtuiging” zo’n krachtig verkooppraatje is?

Als het bewijs tegen geconcentreerde fondsen zo overduidelijk is, waarom blijven beleggers er dan toch in trappen?

Laten we beginnen bij de taal. “Overtuiging” (conviction) is een briljant effectieve marketingterm. Het suggereert inzicht, moed en bijzondere kennis. Het presenteert een geconcentreerde portefeuille als een unieke eigenschap (een ‘feature’), niet als een risico. Niemand zet “gevaarlijk ongespreid” op een factsheet. De financiële industrie kiest haar woorden heel zorgvuldig, en dat werkt.

En dan is er nog het geld. Geconcentreerde fondsen leveren hogere vergoedingen op , wat de industrie een enorme prikkel geeft om deze “durf” te blijven verkopen. Uit de analyse van Morningstar blijkt bovendien dat beleggers veel meer waarde hechten aan prestaties uit het verleden dan aan hoe goed een fonds eigenlijk gespreid is wanneer ze beslissen waar ze hun geld insteken.

Het kapitaal jaagt op rendement, niet op een verstandige portefeuillestructuur. Een geconcentreerd fonds dat een paar jaar geluk heeft, trekt dus massaal nieuw geld aan en strijkt de hogere fees op, om vervolgens stilletjes teleur te stellen terwijl de volgende ‘sterbeheerder’ de schijnwerpers opeist. Zoals we uit de spreidingvan de rendementen hebben gezien zal een zeer gespreid fonds nimmer tot de absolute winnaars behoren. Een geconcentreerd fonds wel. En dit feit wordt door de marketingafdeling professioneel ingezet om beleggers te overtuigen.

Hoe EBI dit aanpakt?

In het onderzoek werd toevallig een fonds genoemd dat wij als kernfonds gebruiken in onze modelportefeuilles. Het Dimensional Global Core Equity komt uit ons onderzoek naar voren als een van de meest gespreide portefeuilles in de hele studie; het fonds is zelfs breder gespreid dan de benchmark van de eigen categorie. Het enorme aantal posities in het fonds — ongeveer 8.000 aandelen tegenover de 2.600 in de Morningstar Global TME Index eind 2025 — onderstreept de indrukwekkende breedte van de portefeuille en de diepe diversificatie die het biedt.

Conclusie

De conclusie van dit omvangrijke onderzoek is glashelder: bravoure op de beurs is een slechte raadgever voor je portemonnee. Hoewel de term “overtuiging” (conviction) prachtig klinkt in een marketingbrochure en inspeelt op onze menselijke behoefte aan controle en heldendom, laten de cijfers zien dat deze strategie je gemiddeld 1,0% rendement per jaar kost.

Je betaalt een hogere prijs voor een fonds dat minder goed gespreid is en vaker te maken krijgt met diepere verliezen wanneer één enkel aandeel — zoals Novo Nordisk — een scheve schaats rijdt. De “Concentratie Score” van Morningstar laat onverbiddelijk zien dat geconcentreerde fondsen niet alleen volatieler zijn, maar ook vaker last hebben van “vettere staarten” in hun resultaten, wat in de praktijk neerkomt op vaker en zwaarder onderpresteren.

Voor ons bij EBI Capital is de les simpel. Diversificatie is en blijft de enige “free lunch” in de beleggingswereld. Het feit dat een fonds als Dimensional Global Core Equity met maar liefst 8.000 aandelen de markt breed afdekt, is geen gebrek aan lef, maar een bewuste keuze voor wetenschappelijke zekerheid boven een dure gok. Het onderzoek bewijst dat deze brede spreiding de afgelopen tien jaar in elke regio de winnende strategie was.

In een wereld waar de ‘sterbeheerder’ steeds vaker het onderspit delft tegen de kracht van de brede markt, is een gedisciplineerde spreiding de meest verstandige keuze die je voor je financiële toekomst kunt maken. Want aan het eind van de rit zijn het niet de verhalen die renderen, maar de resultaten op je rekening.

AUTHEUR

Jan de Vries
Jan is founding partner van EBI Capital. Binnen EBI Capital is Jan verantwoordelijk voor de wetenschappelijk onderbouwde beleggingsfilosofie.

jan@ebicapital.nl
+31 646 44 51 48

Heb je vragen of wil je reageren op dit artikel?
Schroom niet om contact met ons op te nemen!

Rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.