Wie zelf belegt, krijgt periodiek een overzicht met het rendement of kan dit uiteraard zelf volgen. Wat het rendementsoverzicht niet toont, is waar dat rendement vandaan komt. Was het de markt? Was het een goede keuze? Of was het gedrag: te vaak handelen, te veel in één aandeel, te veel in Nederlandse namen? Twee onderzoekers (David Gorzon en Rüdiger von Nitzsch) hebben dat laatste voor het eerst systematisch uitgerekend. Zij volgden maar liefst 20.000 particuliere beleggers bij een grote Duitse broker, zes jaar lang, van 2018 tot en met 2023, en ontleedden het rendement van iedere belegger in zes bekende gedragsvalkuilen.

De eerste uitkomst is weinig verrassend, maar wel confronterend: ongeveer 25% van de beleggers versloeg de wereldindex, 75% (het merendeel dus) bleef erbij achter. De tweede uitkomst is interessanter. Bij de beleggers die achterbleven, kon het model bijna 60% van het verschil met de index verklaren uit hun gedrag. Bij de beleggers die de index versloegen, was dat ruim 40%. Het gedrag van de beleggers speelt dus een zeer belangrijke rol.

20.000
Particuliere beleggers gevolgd, 2018–2023
75%
Bleef achter bij de wereldindex
59%
Van de achterstand verklaard door gedrag (mediaan)
−17,9%
Rendement per jaar dat één belegger verloor door overmatig handelen

Zes valkuilen, één meetlat

Gedrag klinkt vaag, maar de onderzoekers maakten het concreet. Elke valkuil kreeg een maatstaf die rechtstreeks uit de transactiegegevens volgt. Hoe vaak iemand handelt, hoe geconcentreerd de portefeuille is, welk deel in binnenlandse aandelen zit: dat is allemaal te meten zonder de belegger ooit iets te vragen. Vervolgens berekenden zij per groep, winnaars en verliezers apart, hoe sterk elke valkuil samenhangt met het rendement.

Valkuil Wat het is Hoe het is gemeten Bij winnaars Bij verliezers
Overmatig handelen Veel kopen en verkopen zonder dat je iets weet wat de markt niet weet Omloopsnelheid van de portefeuille Positief Negatief
Smal kijken Elke positie los beoordelen in plaats van als deel van het geheel Aantal handelsdagen gedeeld door aantal transacties Positief Negatief
Spanning zoeken Aandelen kiezen die aanvoelen als een lot: hoge koersuitslagen, hoog recent rendement Aandeel 'loterij-aandelen' in de portefeuille Geen effect Sterk negatief
Trends doortrekken Kopen wat net gestegen is, omdat je verwacht dat het doorzet Gemiddelde koerstrend vóór elke aankoop Positief Negatief
Vertrouwd kiezen Voorkeur voor bekende, binnenlandse bedrijven Aandeel binnenlandse aandelen Negatief Negatief
Concentratie Weinig posities, dus veel bedrijfsspecifiek risico Herfindahl-index van de portefeuille Positief Negatief
Richting van het verband tussen de valkuil en het rendementsverschil met de index, geschat op de volledige groep winnaars (4.996 beleggers) en verliezers (15.004 beleggers). 'Geen effect' betekent statistisch niet significant. Bron: Gorzon & von Nitzsch (2026).

Eén valkuil valt meteen op: vertrouwd kiezen. Dit wordt 'home-bias' genoemd. Een zware weging in binnenlandse aandelen kostte rendement bij winnaars én verliezers. Het is de enige van de zes die bij niemand goed uitpakte. Voor Nederlandse beleggers met een voorkeur voor AEX-namen is dat een relevante waarschuwing, want de Nederlandse beurs is maar een klein onderdeel van de wereldwijde aandelenmarkt.

Dezelfde valkuil, een ander resultaat

Het opvallendste aan de tabel is dat vijf van de zes valkuilen bij winnaars positief uitpakten en bij verliezers negatief. Dat is logisch. Overmatig handelen, concentratie en trends doortrekken zorgt voor een afwijking ten opzichte van de markt. Wie groter inzet en goed zit, wint meer. Wie groter inzet en fout zit, verliest meer. De valkuil versterkt het resultaat, in beide richtingen.

De onderzoekers laten dat zien met vier beleggers uit de dataset. Winnaar #2 haalde 4,1% per jaar meer dan de index, en 3,9 procentpunt daarvan hing samen met veel handelen. Verliezer #4 bleef 28,9% per jaar achter bij de index, en bijna 18 procentpunt daarvan hing samen met precies hetzelfde gedrag. Let vooral op de a-symmetrie.

Waar het rendementsverschil vandaan komt: vier beleggers ontleed

Bijdrage van elke valkuil aan het jaarlijkse verschil met de wereldindex, in procentpunten. Twee beleggers die de index versloegen, twee die erbij achterbleven.
Winnaar #1 (+5,4% per jaar) Winnaar #2 (+4,1%) Verliezer #3 (−5,5%) Verliezer #4 (−28,9%)
“Veel handelen en geconcentreerd beleggen zijn geen strategie. Het is een versterker. Als je goed zit, win je meer. Als je fout zit, verlies je meer.”

Winnaars: geluk of kunde?

Als veel handelen en concentratie bij winnaars rendement opleveren, is dat dan het recept om succesvol te zijn? Hier doet het onderzoek iets slims. De onderzoekers haalden stap voor stap de meest extreme beleggers uit de dataset, eerst de beste en slechtste 1%, daarna 2,5%, 5%, tot 20% aan beide kanten, en rekenden alles opnieuw uit.

Bij winnaars verdampte het effect van overmatig handelen en concentratie vrijwel volledig zodra de uitschieters eruit waren. De coëfficiënt van overmatig handelen zakte van 1,94 naar 0,03; die van concentratie van 0,27 naar nagenoeg nul. Met andere woorden: de 'winst' van veel handelen en grote posities zit bij een kleine groep extreme winnaars. Voor de gewone belegger die de index net verslaat, is het geen onderscheidende factor. Dat past bij wat bekend is uit eerder onderzoek: bij een groep van 20.000 mensen die zes jaar lang grote, geconcentreerde inzetten doen, zijn er altijd enkele die er goed uitkomen. Dat zegt meer over de omvang van de groep dan over hun inzicht.

Verliezers: de patronen blijven

Bij verliezers gebeurde het omgekeerde. De verbanden bleven bij elke stap overeind. Smal kijken, concentratie, vertrouwd kiezen en spanning zoeken kostten rendement bij extreme verliezers, maar ook bij beleggers die maar net achterbleven. Het model verklaarde ook meer van hun resultaat: een mediaan van 59% zonder correctie, oplopend tot 64% als de uitschieters eruit zijn. Bij winnaars liep dat van 43% naar 60%, en bleef er dus structureel meer onverklaard, wat erop wijst dat bij winnaars andere zaken meespelen die het model niet meet, zoals timing of simpelweg geluk.

Hoeveel van het rendementsverschil gedrag verklaart

Mediane verklaringsgraad van het model, naarmate meer extreme beleggers (beste en slechtste) buiten beschouwing blijven.
Beleggers die achterbleven bij de index Beleggers die de index versloegen

De conclusie van de onderzoekers is dan ook helder: voor de grote groep beleggers die achterblijft, is actief handelen en bijsturen een nadeel, geen voordeel. Een rustige, gespreide buy-and-hold-aanpak verkleint de blootstelling aan precies de valkuilen die in de data het meeste kosten.

De kanttekeningen die erbij horen

Het onderzoek meet samenhang, geen oorzaak. Dat veel handelen samengaat met achterblijven, bewijst niet dat het ene het andere veroorzaakt; de onderzoekers wijzen er zelf op dat eerder succes ook juist tot meer handelen kan leiden. De cijfers komen bovendien van één Duitse broker en één periode, 2018 tot en met 2023, met daarin zowel de coronacrash als een sterk herstel. Of de uitkomsten elders en in andere jaren hetzelfde zijn, moet nog blijken.

Het model laat ook dingen buiten beschouwing. Dividenden zaten niet in de data, waardoor de rendementen van beleggers iets te laag zijn gemeten. De bekende neiging om winnaars te snel te verkopen en verliezers te lang vast te houden kon niet worden gemeten, omdat daarvoor gegevens per transactie nodig zijn. En het model overschat zowel de winst van winnaars als het verlies van verliezers een beetje, een teken dat er factoren ontbreken.

Hoe het onderzoek is opgezet

  • Data: maandelijkse transacties, rendementen en portefeuilles van 20.000 particuliere beleggers bij een grote Duitse broker, 2018 tot en met 2023.
  • Benchmark: MSCI World-index exclusief dividend, gemiddeld 8,09% per jaar. Met andere varianten van de index bleven de uitkomsten overeind.
  • Groepen: 4.996 beleggers met een hoger gemiddeld jaarrendement dan de index ('winnaars'), 15.004 met een lager rendement ('verliezers'). Voor beide groepen is een apart model geschat.
  • Methode: lineaire regressie van het rendementsverschil met de index op zes gedragsmaten, naar analogie van het Brinson-Hood-Beebower-model dat professionele beheerders gebruiken.
  • Verklaringsgraad: het deel van iemands rendementsverschil dat het model toeschrijft aan gedrag, per belegger berekend en hier als mediaan weergegeven.
  • Niet meegenomen: dividenden, belastingen, kosten, risicocorrectie en de neiging om verliezers te lang vast te houden.

Wat dit voor jou betekent

Dit onderzoek geeft duidelijk aan hoe de belegger zelf vaak zijn grootste vijand is. De zes valkuilen zijn stuk voor stuk herkenbaar, en de meeste beleggers hebben er minstens één maar vaak meer. Voor beleggers die zelf hun portefeuille beheren geeft dit mogelijk inzicht in de eigen valkuilen. Hoe vaak handelde je het afgelopen jaar? Hoeveel procent zit in je drie grootste posities? Welk deel is Nederlands?

De belangrijkste les is misschien wel dat de valkuilen die bij een handvol extreme winnaars goed uitpakten, bij de grote groep structureel rendement kostten. Het toont aan dat het veel verstandiger is om een professional zoals EBI Capital in te huren. Wij handelen weinig, spreiden extreem breed en beoordelen de portefeuille als geheel. Niet omdat het spannend is, maar omdat de data laat zien dat het werkt.

Disclaimer: Dit artikel is opgesteld door EBI Capital Partners B.V. en heeft uitsluitend een informatief karakter. Het vormt geen beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en is geen aanbeveling of aanbod tot het verlenen van diensten. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst; de waarde van je belegging kan fluctueren en je kunt minder terugkrijgen dan je hebt ingelegd. De beschreven uitkomsten zijn gebaseerd op één wetenschappelijk onderzoek met gegevens van Duitse particuliere beleggers over de periode 2018–2023; de gevonden verbanden zijn statistische samenhangen en geen bewezen oorzakelijke effecten. Of beleggen passend is, hangt af van je persoonlijke omstandigheden, doelstellingen en risicobereidheid. Bron: D. Gorzon & R. von Nitzsch, ‘Behavioral performance attribution of retail investors’ portfolio returns’, Financial Markets and Portfolio Management 40 (2026), 213–244, doi.org/10.1007/s11408-025-00485-6 (open access). EBI Capital staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).