Nederlanders zijn spaarders. Eind juni 2026 stond er volgens De Nederlandsche Bank € 552,6 miljard op de spaarrekeningen van Nederlandse huishoudens, en nog eens € 113,2 miljard op betaalrekeningen. Aan aandelen, beleggingsfondsen en obligaties hadden huishoudens samen € 234,2 miljard. Er staat dus bijna drie keer zoveel geld op de bank als er belegd is.

Dat is goed te begrijpen. De wereld voelt onzeker, de inflatiegolf van de afgelopen jaren ligt nog vers in het geheugen, en een spaarrekening schommelt nooit. Maar veilig is niet hetzelfde als gratis. Elke euro op een spaarrekening kan niet tegelijk ergens anders voor je werken. Wat je daardoor misloopt, noemen economen opportunity costs: de prijs van de kans die je laat liggen. Die kosten staan nooit op een rekeningoverzicht, maar ze zijn wel echt.

552,6 mld
Spaargeld Nederlandse huishoudens, juni 2026
+35%
Prijsstijging in Nederland, 2016–2025
−22%
Koopkracht van spaargeld, 2016–2025
800.000
Niet-beleggers met ruimte om te beleggen én een mogelijk pensioengat

Het saldo stijgt, de koopkracht daalt

Neem iemand die begin 2016 € 50.000 op een spaarrekening zette. De gemiddelde spaarrente zakte in de jaren daarna van 0,57% naar vrijwel nul in 2021 en 2022, en herstelde zich pas vanaf 2023, tot 1,40% in 2025. Eind 2025 stond er daardoor ongeveer € 52.600 op de rekening. Dat voelt als vooruitgang.

Maar in dezelfde tien jaar stegen de prijzen in Nederland met 35%, met een piek van 10% in 2022. Gecorrigeerd voor die inflatie kon deze spaarder eind 2025 nog maar kopen wat in 2016 ongeveer € 39.100 kostte. Het saldo was elk jaar gestegen, maar ruim een vijfde van de waarde was verdwenen. Alleen in 2016 lag de spaarrente hoger dan de inflatie; in alle andere jaren verloor het spaargeld koopkracht.

Wat € 50.000 spaargeld in tien jaar aan koopkracht verloor, 2016–2025

Het saldo op de rekening inclusief de gemiddelde spaarrente, tegenover wat je daarvoor kunt kopen in prijzen van 2016.
Saldo op de spaarrekening Koopkracht van dat saldo
“Het saldo op je spaarrekening daalt nooit. Juist daardoor zie je niet hoeveel je in koopkracht inlevert.”

En als hetzelfde geld belegd was?

Wie dezelfde € 50.000 begin 2016 in wereldwijde aandelen had belegd, had eind 2025 ongeveer € 140.100. Gecorrigeerd voor inflatie is dat een koopkracht van ruim € 104.000. Dat ging niet in een rechte lijn omhoog: in 2018 daalden aandelen met 5% en in 2022 met 13%. Toch verdubbelde de belegger zijn koopkracht in dezelfde periode waarin de spaarder een vijfde verloor.

Het verschil van ruim € 65.000 aan koopkracht is wat sparen deze spaarder heeft gekost. Precies dat bedrag verschijnt nergens op een overzicht.

Koopkracht van € 50.000: sparen tegenover beleggen, 2016–2025

Beide lijnen gecorrigeerd voor Nederlandse inflatie, in euro's van 2016. Beleggen: MSCI All Country World Index in euro's.
Beleggen in wereldwijde aandelen Sparen

Beleggen gaat niet altijd goed

Een eerlijke vergelijking vraagt om een eerlijk voorbehoud: de afgelopen tien jaar waren uitzonderlijk goed voor aandelen. Het instapmoment maakt veel uit.

Wie begin 2000 instapte, vlak voordat de internetbubbel barstte, kreeg twee klappen te verwerken: de beurscrash van 2000 tot 2002 en de kredietcrisis van 2008. Na tien jaar was de belegging nog ongeveer € 36.400 waard. In die periode deed de spaarder het beter, want de spaarrente lag toen rond de 2,5 à 3% en hield de inflatie grotendeels bij.

Wie begin 2008 instapte, zag zijn belegging in het eerste jaar met bijna 40% dalen. Maar wie bleef zitten, stond eind 2012 weer boven de inleg en had na tien jaar ongeveer € 95.900. De spaarder kwam in die periode uit op ongeveer € 59.100.

Periode Sparen nominaal Beleggen nominaal Sparen reëel Beleggen reëel Prijsstijging
2000–2009 € 65.728 € 36.442 € 52.900 € 29.330 24%
2008–2017 € 59.061 € 95.911 € 50.607 € 82.181 17%
2016–2025 € 52.564 € 140.117 € 39.076 € 104.163 35%
Waarde van een inleg van € 50.000 aan het eind van elke periode van tien jaar. Nominaal is het bedrag op de rekening of in de portefeuille; reëel is dat bedrag gecorrigeerd voor inflatie, uitgedrukt in euro's van het startjaar. Bronnen: MSCI, DNB, CBS. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Koopkracht van € 50.000 na tien jaar, in drie periodes

Reële eindwaarde, gecorrigeerd voor Nederlandse inflatie. De stippellijn is de inleg van € 50.000.
Sparen Beleggen in wereldwijde aandelen

Ook voor de belegger uit 2000 liep het uiteindelijk goed af. Wie tot eind 2025 belegd bleef, had in koopkracht ongeveer € 110.000, ruim het dubbele van de inleg. De spaarder die in 2000 begon, kwam in dezelfde periode uit op ongeveer € 41.000. De les is niet dat beleggen altijd wint, maar dat tijd het verschil maakt. Hoe langer je horizon, hoe groter de kans dat beleggen het beter doet dan sparen.

Waarom sparen toch zo goed voelt

Een koersdaling zie je meteen: hij staat op je overzicht en in het nieuws. Gemist rendement en verloren koopkracht zie je nooit. Niemand krijgt een brief met het vermogen dat hij had kunnen hebben, en het saldo op de spaarrekening stijgt gewoon door. Daardoor voelt sparen veilig, ook als het ongemerkt geld kost.

Dat effect is in Nederland groot. De Autoriteit Financiële Markten onderzocht welke huishoudens niet beleggen, terwijl ze daar wel ruimte voor hebben. In 2024 belegde ongeveer een derde van de huishoudens niet, terwijl zij meer spaargeld hadden dan de buffer die het Nibud aanbeveelt. Zo'n 800.000 huishoudens bouwen bovendien mogelijk te weinig pensioen op om hun huidige levensstandaard na hun pensioen vast te houden. Bij die groep gaat het volgens de AFM om ongeveer € 50 miljard, dat grotendeels op bank- en spaarrekeningen staat.

De kanttekeningen die erbij horen

De cijfers in dit stuk zijn gebaseerd op een index en op gemiddelde spaarrentes. In werkelijkheid gaan er bij beleggen fonds- en transactiekosten af, en kon de rente bij je eigen bank hoger of lager liggen dan het gemiddelde. Tussen 2020 en 2022 rekenden grote banken boven een bepaald saldo zelfs negatieve rente.

Belasting in box 3 is buiten beschouwing gelaten, voor sparen én voor beleggen. Dat is niet zonder betekenis. In de jaren 2000 betaalde je jaarlijks 1,2% van je vermogen aan vermogensrendementsheffing, bijna de helft van de spaarrente van toen. Na belasting verloor ook de spaarder uit 2000 dus koopkracht.

Tot slot: drie periodes van tien jaar zijn drie historische paden. Ze laten zien hoe breed de uitkomsten kunnen liggen, maar voorspellen niets over de komende tien jaar.

Hoe deze cijfers zijn opgebouwd

  • Beleggen: MSCI All Country World Index (net div.) in euro's, kalenderjaarrendementen 1999–2025.
  • Sparen: gemiddelde spaarrente per jaar volgens De Nederlandsche Bank. Voor 1999–2002 is de spaarrente geschat op 3%, omdat de gebruikte reeks in 2003 begint.
  • Inflatie: jaarmutatie van de consumentenprijsindex (CPI) volgens het CBS.
  • Reëel: nominale waarde gedeeld door de cumulatieve prijsstijging sinds het startjaar.
  • Niet meegenomen: kosten van beheer en transacties, en belasting in box 3.

Wat dit voor jou betekent

Dit is geen pleidooi om al je spaargeld te beleggen. Een buffer voor onverwachte uitgaven hoort op een spaarrekening, net als geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt, bijvoorbeeld voor een verbouwing, een auto of de aankoop van een huis. Voor dat geld is het koopkrachtverlies de prijs van zekerheid, en die prijs is het waard.

Het gaat om het geld daarboven: vermogen dat je de komende tien jaar of langer niet nodig hebt, maar dat op de spaarrekening ongemerkt waarde verliest. De vraag is dus niet óf je moet sparen, maar hoeveel van je spaargeld een duidelijk doel heeft. Voor de rest geldt dat niets doen ook een keuze is, en een die geld kost.

Reken het zelf door

Met de tool hieronder zie je hoe sparen en beleggen zich sinds 1999 ontwikkelden. Kies een bedrag en een periode, en bekijk het resultaat nominaal of reëel. Probeer vooral ook de slechte instapmomenten, zoals begin 2000 of begin 2008, en kijk wat er gebeurt als je de periode langer maakt.

Disclaimer: Dit artikel is opgesteld door EBI Capital Partners B.V. en heeft uitsluitend een informatief karakter. Het vormt geen beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en is geen aanbeveling of aanbod tot het verlenen van diensten. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst; de waarde van je belegging kan fluctueren en je kunt minder terugkrijgen dan je hebt ingelegd. De weergegeven cijfers zijn rekenvoorbeelden op basis van indexrendementen in euro's en gemiddelde spaarrentes; indices zijn niet rechtstreeks belegbaar en de cijfers houden geen rekening met kosten, spreads of belastingen. Of beleggen passend is, hangt af van je persoonlijke omstandigheden, doelstellingen en risicobereidheid. Bronnen: De Nederlandsche Bank (spaargeld, effectenbezit en spaarrente); CBS (consumentenprijsindex); Autoriteit Financiële Markten, ‘Onbenut vermogen: een studie naar niet-beleggers’ (2026); MSCI-data © MSCI 2026, alle rechten voorbehouden. EBI Capital staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).